Futsalkeepers vs veldkeepers

22/12/2015 - 10:00

Het WK kwalificatietoernooi in Eindhoven zit erop en het Nederlands zaalvoetbalteam heeft zich (ondanks de kansloze 1-7 nederlaag tegen Spanje) als nummer 2 van de poule geplaatst voor de play-offs. In maart 2016 mag een plek voor het WK proberen veilig te stellen. Over tot de orde van de dag dus! Ik krijg vaak vragen over de verschillen tussen het trainen van keepers in de zaal en op het veld, daarom leek het me een goed idee om een aantal zaken uiteen te zetten.

Combinatie zaal- en veldvoetbal

Hoe kun je als trainer, in dit geval keeperstrainer, actief zijn op het veld en in de zaal? Er zijn toch veel verschillen? In de zaal gaat het toch meer om reflexen? Het antwoord is eigenlijk heel simpel: de basis blijft gelijk: ballen tegenhouden! De manier waarop maakt in feite niet uit. Het accent ligt echter in de zaal meer op tegenhouden dan op vasthouden. Misschien is dat wel het grootste verschil. Ik ben en ga daarom in de zaal ook zo veel mogelijk op zoek naar keepers die de absolute wil hebben om ballen vast te houden.

Trainingsmethode

De 4 belangrijkste zaken in het trainen van zaal- en veldkeepers zijn in mijn optiek gelijk. Het gaat in beide gevallen om:

  1. Een juiste basishouding. 'Staan' op het moment van het schot met speciale aandacht voor de positie van de handen.
  2. Positie in en voor de goal en ten opzichte van het spel. Niet te ver van het spel af en altijd klaar om diepteballen te kunnen onderscheppen en ook niet te ver buiten je doel, om er voor te zorgen dat de lange hoek open ligt.
  3. Voorzetting. Wat te doen als je als keeper de bal hebt? Rollen, gooien, passen of trappen? Snel handelen of juist temporiseren.
  4. Coaching. Blijft een onderschat onderdeel waar toch echt, ook in de zaal, bijna 50% van alle doelpunten te voorkomen is door een juiste en tijdige coaching.

Kleine verschillen

Als je naar de verschillen gaat kijken, zitten die vooral in de details. In de basishouding zitten niet zo veel verschillen al heeft een zaalkeeper, zoals gezegd, minder de intentie om een bal vast te houden en meer reddingen te verrichten met lichaam en voeten. In de zaal blokt een keeper in verhuizing veel meer ballen dan een veldkeeper doet, mede omdat er veel van dichtbij wordt afgerond. Onder andere hierdoor wordt er in de zaal meer getraind met verschillende (kleine) ballen die ook nog eens van dichtbij worden gegooid en getrapt, al dan niet met een omgedraaid doel of met een obstakel voor het doel.

Kleiner doel, kleiner speelveld

Met betrekking tot positie in en voor het doel gelden in principe dezelfde aspecten, alleen is het speelveld in de zaal kleiner, evenals het doel. Bij trainingsvormen in de zaal ligt het accent vaak op het verdedigen van de ruimte achter de keeper (voor)bij de tweede paal en het goed positioneren bij de eerste paal. Als het gaat om de positie van de keeper ten opzichte van het spel, is dit eveneens vergelijkbaar. Ook hier zijn de te bespelen ruimtes alleen weer afwijkend in verband met het verschil in afmetingen.

Snelle en zuivere hervatting

Waar bij veldvoetbal de zes seconden regel geldt en niet of nauwelijks wordt toegepast, (of is deze al officieel afgeschaft?) is het in de zaal toch echt zo dat je als keeper de bal binnen vier seconden in het spel moet brengen. Scheidsrechters zien er streng op toe dat dit ook gebeurt. Als je als keeper de bal langer in je bezit houdt, dan volgt er onherroepelijk een vrije trap tegen. Afhankelijk van de eigen speelwijze, maar ook de manier van druk zetten van de tegenstander wordt er van de keeper gevraagd om ballen tot op de centimeter precies te gooien (of trappen), in de voet, op het lichaam of in de loop van een medespeler. De 'oldskool' slingerworp voorstaat in dit geval niet. In de zaal wordt een andere manier van gooien gehanteerd, zodat ballen makkelijker in één keer stil te leggen (of mee te nemen) zijn. Mede door de te overbruggen afstand is het voor keepers op het veld moeilijk om ook op deze manier te gooien.

Coaching

Coaching heb ik al eerder behandeld, is en blijft bij veel clubs, trainers en keepers van onderschoven belang zo lijkt het. In eerdere blogs en interviews heb ik herhaaldelijk aangegeven hoe dit te trainen is en dat hiermee 50% van alle tegendoelpunten te voorkomen is.

Combineren

Al met al dus niet heel erg veel verschillen maar eerder een groot aantal overeenkomsten.Voor mij als trainer is het een uitdaging om 'the best of both worlds' samen te brengen, zowel in de zaal als ook op het veld.

bjorn van haaren
Op 22-12-2015
Geschreven door: Bjorn van Haaren
In: Innovatie